| Kom uit die bibliotheekkast! Verslag symposium 2 februari 2010 | 04-02-2010 |
Leesbevordering staat hoog op de agenda bij bibliotheken en haar netwerkpartners. Ruim 120 mensen vanuit heel Nederland trotseerden op dinsdag 2 februari 2010 weer en wind voor het symposium ‘Leesbevordering buiten de muren van de bibliotheek’ van Kunst van Lezen in het Museum voor Communicatie in Den Haag. “Een zoon van een vriend van mij leest geen boeken,” opende gastheer Pjotr van Lenteren (redacteur, opleider en kinderboekenrecensent van de Volkskrant), de middag. “Hierdoor had hij een taalachterstand opgelopen en was blijven zitten. Toen ik dat hoorde, gaf ik mijn vriend meteen een stapel boeken, met onder andere een boek over mummy’s. Het onmogelijke gebeurde. Mijn vriend trof zijn zoon lezend aan! De jongen wilde zelfs boekenplanken, zodat zijn jongere broertjes niet meer bij zijn boeken konden.” Van Lenteren concludeerde: “Deze jongen had geen leesachterstand. Er was sprake van een leesmisverstand! De jongen kreeg de verkeerde boeken uitgereikt. Ongetwijfeld komt dit vaker voor.” Op dit moment zijn er al vele projecten in het kader van Kunst van Lezen gestart om lezen in heel Nederland te stimuleren. In de speciaal geproduceerde film staat een overzicht van de programma’s van Kunst van Lezen. In deze film komen praktijkdeskundigen aan het woord over de vier onderdelen: BoekStart, Taalachterstandenpilots, Cultuurhistorische Canon en Leesbevorderingsnetwerken. Het symposiumpubliek waardeerde de film met groot applaus. Van kleitablet naar Kunst van Lezen Judith van Kranendonk (Directeur Generaal Cultuur en Media van het Ministerie van OCW) noemde drie redenen waarom het huidige kabinet in 2008 Kunst van Lezen initieerde: Leesbevordering strategie van bibliotheekdirecties Adriaan Langendonk (Projectleider Kunst van Lezen) ging in op het inzetten van leesbevordering als strategie door bibliotheekdirecties. Het doel is het realiseren van een professionele structurele samenwerking met partners buiten de bibliotheek. “Het succes van Kunst van Lezen leunt volledig op de steun en inzet van bibliotheken. Juist omdat de leesvaardigheid in Nederland achteruitloopt zijn alle initiatieven op het gebied van leesbevordering heel belangrijk. Gelukkig zien we veel positive voorbeelden. Zo was er een bibliothecaris in Zeeland die bij een basisschool bij haar in de buurt op bezoek ging. Alle kinderen uit een klas beweerden dat lezen stom was. Een week later bracht ze een kist vol boeken mee. Alle leerlingen mochten zelf een boek uit kiezen. Het resultaat: De hele klas ging aandachtig aan het lezen.” Lees de hele toespraak van Adriaan Langendonk De praktijk van de vier programmalijnen Na beide toespraken pakte Pjotr van Lenteren de draad weer op door in korte interviews de praktijk van de vier programmalijnen van Kunst van Lezen verder uit te diepen. Bij BoekStart vertelden Theo Peeters (directeur van Theek5) en Evelyne Huurkmans (medewerker educatie OB Rotterdam) hoe BoekStart in hun werkgebieden is georganiseerd en wat de resultaten zijn. Peeters: “In het begin dacht ik: ‘ lezen met babys veel gekker moet het niet worden’. Maar onderzoek heeft mij overtuigd. Zeer vroeg beginnen met (voor)lezen geeft een kind een voorsprong op de taalontwikkeling.” Huurkmans: “Het is ook een heel lief project. Bibliotheekmedewerkers werken er graag aan mee en BoekStart geeft je een hele mooie kans om je netwerk buiten de bibliotheek te benaderen en enthousiast te maken.” “Ik heb een pinpas van de bieb!” Bij dienstverlening bibliotheken op taalachterstandsscholen gingen Nicolien de Pater (projectleider Utrecht) en Jenny Sol (Directeur van O.B.S. Apollo 11) in op wat de taalpilotaanpak van Kunst van lezen het laatste jaar heeft betekend in hun strategie meer kinderen aan het lezen te krijgen. Sol: “We zijn van een incidentele leerkracht- en tijdsafhankelijke leesbevorderingsaanpak gegaan naar structurele leesbevordering. Het is nu onderdeel van het schoolplan". De Pater: “Bijkomend voordeel is dat alle leerlingen van de aangesloten pilotscholen nu lid zijn van de bibliotheek. Of zoals een leerling zei ‘Ik heb een pinpas van de bieb!’” Sectorhoofd Kennisuitwisseling bij de Rijksdient voor Cultureel Erfgoed Dirk Houtgraaf was recent marketingmanager bij de Vereniging Openbare Bibliotheken. Hij gaf aan dat bibliotheken een grote rol kunnen spelen op vele terreinen en dus ook bij de ondersteuning van het onderwijs waar het de invoering van de Canon in lessen betreft. “Als bibliotheek moet je de scholen iets concreets te bieden hebben om interessant te zijn. De Canon is zo’n concreet aanbod omdat dat onderdeel is van het schoolcurriculum. Bovendien zijn er heel veel culturele instellingen die graag met de bibliotheek willen samenwerken als het gaat om ons cultuurhistorisch erfgoed.” Jan Plooij (adviseur beleidsontwikkeling Cubiss) benadrukte tenslotte het belang van de opzet van structurele leesbevorderingsnetwerken vanuit bibliotheken, gedragen door het management van bibliotheken. “Je mag er als bibliotheek niet vanuit gaan dat je een vanzelfsprekende partner bent als het gaat om lokaal politieke thema’s. Thema’s waaronder leesbevordering en de culturele programma’s. Daarom moet je die bibliotheekkast uit en netwerken.” Vragen na afloop gingen vooral over de wijze waarop de inspanningen in het kader van Kunst van Lezen, kunnen voortbestaan wanneer er geen directe rijksgelden meer voor zijn. De projectleiding, maar ook aanwezige bibliotheekmanagers benadrukten dat de projecten die onder Kunst van Lezen vallen nu al zoveel mogelijk uitgangspunt moeten worden van het voorgestane beleid (de doorlopende leeslijn) en de daaronder liggende financieringsbehoefte. Dit moet gemeenten en instellingen overtuigen met de aanpak door te gaan en dit te financieren, bijvoorbeeld uit VVE-middelen of andere bronnen. Prentenboeken voor jongens schaars? Het toetje van de middag bestond uit het stokpaardje van prentenboekenschrijver Tjibbe Veldkamp. Hij bracht het verschil in leesbehoeften tussen meisjes en jongens glashelder naar voren. Veldkamp “Kijk eens naar het verschil tussen tekeningen van jongens en meisjes. Meisjes tekenen lieve dingen zoals mensen, bloemen, dieren en huizen. Bij jongens gaat het om competitie en actie. Je ziet gevechten, voertuigen en wapens. Waarom zijn deze onderwerpen in prentenboeken schaars? Grote kans dat jongens wel willen lezen, maar geen boeken vinden die ze interessant vinden.” Hij eindigde met het vertellen van ‘Het papegaaienplan’, één van zijn prachtige prentenboeken.
Een fotoimpressie van de bijeenkomst vindt u hier. | |
| Terug naar het overzicht | |